Protestanten te Mechelen
Van de Reformatietijd tot de oprichting van onze kerkgemeenschap.
Door de contrareformatie werd het protestantisme eind 16de eeuw uit deze streken verdreven. De officiële lezing is dat er zich van dan af tot aan het begin van de vorige eeuw geen protestanten in Mechelen bevonden. Of dat inderdaad ook zo was, is sterk te betwijfelen. Van 1817 tot 1830 - nog in de tijd van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden - was er in Mechelen een 'garnizoensgemeente', een legerkerk voor (Noord-)Nederlandse protestantse militairen. De wekelijkse gevierde erediensten van de garnizoensgemeente werden geleid door de legerpredikant van Antwerpen en stonden ook open voor burgers uit onze stad.
Met de komst van de Belgische Onafhankelijkheid in 1830 verdwijnt uiteraard het garnizoen en de predikant. De burgers, Mechelse protestanten, blijven achter en houden contact met elkaar. Beide hiervoor genoemde factoren tonen dat - anders dan wellicht vaak gedacht - het Vlaams protestantisme nooit vooral een zaak van buitenlandse inbreng is geweest. Wel hebben Vlaamse protestanten door hun minoriteit vaak een tijdje van een buitenlandse paraplu gebruik moeten maken.
Hoe dan ook, in de eerste helft van de vorige eeuw komt er een opleving in de tot dan toe verborgen en weliswaar geringe protestantse aanwezigheid in de stad. Twee factoren hebben toen geleid tot de oprichting van deze protestantse kerkgemeenschap te Mechelen, die dateert van eind december 1844:
Rond 1830 verbleven er in veel Belgische steden heel wat Engelsen. In 1835-1836 krijgt die Engelse aanwezigheid in Mechelen een enorme impuls door de aanleg van de eerste spoorlijn op het vasteland: Mechelen-Brussel.
De spoorlijn was een Engelse uitvinding. Het zwaartepunt van de spoorwegactiviteiten was Mechelen. Ingenieurs, kaderpersoneel maar ook vele spoorwegarbeiders werden uit Engeland gehaald en verbleven in onze stad.
Ze brengen echter niet slechts hun vakkennis maar ook hun godsdienst mee en vragen aan het stadsbestuur een kerkgebouw voor hun eredienst. Daarvoor wordt hen deze kapel toegewezen. Wanneer hier in 1840 de oprichting van een Engelse kerkgemeenschap een feit is, durven de Vlaamse protestanten weer voor de dag te komen. Met toestemming van de Engelsen en volgend op de Engelse kerkdienst vieren ze elke zondag eigen kerkdiensten.
Een viertal jaren na de oprichting van de "Engelsche Evangelische Gemeente", die eind vorige eeuw zal worden opgeheven, wordt er een protestantse kerk opgericht. Dat gebeurt onder de naam "de Vlaamsche Evangelische Gemeente".