Het orgel
Te midden van de soberheid waardoor het protestantisme door gekenmerkt wordt, heeft ons kerkgebouw toch een sieraad. Dat is het orgel, een pijporgel.
De wens om een pijporgel te hebben, is gedurende de geschiedenis van onze gemeente door vrijwel elke generatie geuit. Het bleef bij een verzuchting, totdat we in het jubileumjaar 1994 onze droom en die van voorgaande geslachten konden verwezenlijken. Uitgangspunt voor de bouw werd een pijporgel dat regelmatig in het ´Festival van Vlaanderen´ haar diensten bewijst.
Het kleine maar kwalitatief zeer hoogstaande pijporgel werd geheel op maat voor de kapel en de functie die het daarin moet vervullen. Het werd naar historische voorbeelden gebouwd door orgelbouwer H. Wouters uit het nabijgelegen Kontich. Het orgel valt op door zijn verfijnde klankkwaliteit en toucher.
Een degelijke orgel is van groot belang voor een protestantse kerkgemeenschap. Er wordt veel en door iedereen gezongen. Die gemeentezang wordt begeleidt door een orgel. Het instrument moet veelzijdig zijn, in staat om de soms krachtige samenzang te dragen en geschikt om ingetogen en meditatieve momenten stemmig in te kleuren met soms breekbare klanken.
Hiervoor bleek een zogenaamde ´4-voets´-orgel het meest aangewezen. Omwille van de, reeds eerder aangehaalde, uitmuntende akoestiek van de kerkruimte, diende de helft van het onderste octaaf (de laagste tonen) van het hoofdregister (Prestant ´4) in houten pijpen te worden uitgevoerd.
Met enige regelmaat worden er thematische orgelconcerten gehouden.
Pijporgel